tics ticboek
Veel kinderen hebben wel eens tics. Weet jij wat tics zijn? Tics zijn bewegingen of geluiden die je maakt zonder dat je dat eigenlijk wilt. De bewegingen of geluiden zijn vaak kort en plotseling. Voorbeelden van bewegingen zijn het dichtknijpen van je ogen, een grimas maken met je gezicht en schudden met je hoofd. Voorbeelden van geluiden zijn kuchen, grommen of woorden roepen. Maar er zijn nog veel meer voorbeelden te bedenken. De bewegingen worden ook wel motorische tics of bewegingstics genoemd en de geluiden heten vocale tics of geluidstics. In dit werkboek zullen we spreken van bewegingstics en geluidstics. Tics kunnen overigens ook wat ingewikkelder zijn, bijvoorbeeld huppelsprongetjes maken of dingen aanraken. En er bestaan ook tics die je aan de buitenkant niet kunt zien of horen, maar die in je hoofd zitten. Dat noemen we ook wel gedachtetics. Vaak zijn dit gedachtespelletjes, zoals woorden tellen, lantaarnpalen tellen, of achterstevoren lezen.
Welke tics heb jij? Zijn dat bewegingstics of geluidstics? Heb je ook gedachtetics? Schrijf ze maar eens allemaal op. Vraag het ook aan je ouders want soms hebben kinderen tics die ze zelf niet merken.
Ticalarm!
Kinderen voelen de tics soms van tevoren aankomen door gevoelens in hun lichaam op de plaats waar ze de tic gaan doen. Met een moeilijk woord noemen we dat ‘premonitore sensaties’. Met een gemakkelijk woord noemen we dat een ticalarm. Een ticalarm bestaat uit signalen in je lichaam die je waarschuwen dat er een tic komt. De meeste kinderen vinden zo’n ticalarm niet fijn. Ook vinden ze het vaak moeilijk om te beschrijven hoe het ticalarm voelt, het is een heel apart gevoel! Sommigen omschrijven het als druk, kriebel, energie of spanning. Er zijn ook kinderen die zeggen dat het ergens op lijkt, bijvoorbeeld op kleine beestjes die over je lichaam lopen of op bommetjes die in je lichaam afgaan. Na het uitvoeren van een tic valt het ticalarm in je lichaam meestal stil. Het lastige is alleen dat het ticalarm steeds weer opnieuw afgaat en dat je dan weer een tic moet doen. Zo moet je steeds bewegingen of geluiden maken.
Voel jij de tics aankomen? Welk ticalarm gaat er in je lichaam af voordat je een tic doet? Lijkt het ergens op? Probeer het maar eens te omschrijven. Misschien vind je dat moeilijk maar kun je er wel een tekening van maken, dat mag ook!
Als je het lastig vindt en niet weet wat je moet opschrijven, geeft het niks. We je verderop in het werkboek nog helpen om te ontdekken of de tics bij jou worden aangekondigd door ticalarmen.
Sommige kinderen hebben veer verschillende tics en andere kinderen hebben er maar eentje. Sommige kinderen hebben de hete dag door tics en andere kinderen hebben af en toe een tic en dan heer rang niet. Dat kan allemaal. Bij een aantal kinderen gaan de tics vanzelf weg en ze komen ook niet meer terug. Als de tics niet vanzelf weggaan of weer terugkomen nadat ze even weg zijn geweest, kan er sprake zijn van een ticstoornis. Een bekende ticstoornis is het syndroom van Gilles de la Tourette. Bij dit syndroom zijn er minstens één jaar tics: verschillende bewegingstics en minstens één geluidstic. In dat jaar zijn de tics niet langer dan drie maanden weggeweest. Onderzoekers hebben gevonden dat het syndroom van Gilles de la Tourette bij 0,5-1 procent van de mensen voorkomt. Dit betekent dat er in een groep van honderd mensen meestal tot wel één persoon is die het syndroom heeft. Je moet aanleg hebben om het syndroom te krijgen, wat betekent dat het in jouw genen moet zitten, ofwel dat de natuur dat zo heeft bepaald. Het syndroom komt meer voor bij jongens dan bij meisjes. Een andere ticstoornis is de chronische ticstoornis. Je hebt dan óf bewegingstics áf geluidstics, maar niet allebei zoals bij het syndroom van Gilles de la Tourette. Tot slot bestaat ook de voorbijgaande ticstoornis. Het woord zegt het á, binnen een jaar zijn de tics dan weer weg. Bij een aantal kinderen verminderen de tics bij het ouder worden of ze gaan helemaal weg, ook als Tourette of een chronische ticstoornis is vastgesteld, maar we weten van tevoren niet bij wie dit het geval zal
zijn.
Is bij jou een ticstoornis vastgesteld? Schrijf dat hieronder op of vraag het aan je ouders. Je kunt het ook samen met je ouders aan de therapeut vragen.
Behandeling
Wil je graag minder tast hebben van je tics? Ben je er klaar voor om cie strijd met • tics aan te gaan? Wij gaan je helpen om de tics aan te pakken! De behandeling die we gaan doen heet gedragstherapie. Het gaat dus letterlijk om • gedrag, je tics dus! Er zijn twee vormen van gedragstherapie, ook wel methoden genoemd, die je kunnen helpen om minder last te hebben van je tics. Met de therapeut en • ouders bepaal je aan het begin van de behandeling welke van de twee methoden jij gaat doen. De eerste methode noemen we ‘het tegenhouden van tics’, de tweede noemen we ‘de tegenbeweging maken. De ‘grote mensen woorden’ hiervoor zijn ‘exposure erg responspreventid ‘baba reversar, Engelse termen. Hoofdstuk 2 van dit werkboek gaat over het tegenhouden van tics. Het tegenhouden van tics is te vergelijken met een strijd, waarin je probeert om de tics steeds langer tegen te houden. Want als je de tics goed kunt tegenhouden, kun je Ieren wennen aan het ticalarm waarover we eerder in dit hoofdstuk schreven. De methode van het tegenhouden van tics wordt vaak gebruikt als je veel tics tegelijk hebt. De behandeling bestaat uit twaalf bijeenkomsten. Het is belangrijk om thuis veel te oefenen. Je ouders kunnen je hierbij helpen. In hoofdstuk 3 kun je meer lezen over ‘de tegenbeweging maken’. Bij deze methode teer je een bepaalde beweging te maken op de plaats van de tic, waardoor het onmogelijk wordt om de tic nog te doen. Deze methode wordt vaak gebruikt als je maar één of een paar tics hebt. In dit werkboek gaan we uit van tien bijeenkomsten, maar als er weinig tics zijn kan de behandeling ook korter duren. Ook hij deze methode krijg je huiswerk mee zodat je thuis veel kunt oefenen. Soms, als de ene methode nog niet genoeg heeft geholpen, kun je ook de andere methode nog leren. Meestal leren kinderen één van de twee methoden en hoef je ze niet allebei te kunnen. Sommige kinderen hebben hierna nog aanvullende hulp nodig voor overgebleven tics in bepaalde situaties. In hoofdstuk 4 staan nog meer hulpmiddelen om de de tics verder onder controle te krijgen, vooral als er na het volgen van een metho nog overgebleven tics zijn in bepaalde situaties. Met de therapeut en je ouders bekijk je dan in welke situaties je nog last hebt van tics. Jullie bedenken dan samen oplossingen en maken afspraken voor die situaties. Ook kan de therapeut ademhalingsoefeningen en ontspanning kunnen je helpen om rustiger te warden als je gespannen bent of als je op een _ soefenin.gen met je doen. Deze oefeningen bepaald moment veel tics hebt. Samen met de therapeut en je ouders bepaal je ot je hoofdstuk 4 gaat doen, of kunt overslaan.
Behandeling van tics en gebruik van dit werkboek
Als de tics voldoende onder controle zijn of als er geen verdere verbetering meer is, is het tijd om te gaan stoppen met de behandeling. In hoofdstuk 5 maak je samen met de therapeut en je ouders een plan waarmee je kunt voorkomen dat de tics erger worden. Ook wordt besproken wat je kunt doen als de tics toch toenemen.
De behandeling die je gaat volgen is best pittig. Je zult veel moeten oefenen. Dat kost inspanning, je kunt er moe van worden en soms kan het ook saai zijn. Als je het tijdens de behandeling even niet meer ziet zitten, lees dan bijlage 1.3. In deze bijlage staan tips om je op moeilijke momenten te helpen.
Neem dit werkboek elke bijeenkomst mee. Samen met de therapeut en je ouders bepaal je welke onderdelen je doet en welke onderdelen je kunt overslaan. Dat is voor ieder kind anders. Je zult ook beloningen ontvangen voor het oefenen en harde werken. Bespreek met de therapeut en je ouders wat voor jou leuk is om voor te sparen of waar jij blij van wordt. Als je goed je best hebt gedaan krijg je aan het einde van de behandeling een heus iticdiploma’!
Zullen we nu dan maar aan de slag gaan? Klaar voor de start … AF!