Als je kind het gevoel heeft dat hij bepaalde dingen voortdurend moet doen, kan het zijn dat hij een tic heeft. Er zijn verschillende soorten tics: het kan een beweging zijn of een geluid dat je kind constant maakt. Het kan ook zijn dat je kind van beide last heeft. Voorbeelden zijn met je ogen knipperen, met je hoofd schudden, kuchen of een bepaald woord heel vaak gebruiken. Elk kind is anders, dus ook alle kinderen met tics. Zij kunnen verschillende dingen ervaren.